Enquête bij bedrijven actief in de biogebaseerde economie (BBE)

Geplaatst op wo, 04/10/2017 - 10:27

Deze marktbevraging kadert in het Interreg-project ‘Grenzeloos Biobased Onderwijs’ (GBO), waar SPK een van de partners is. Doelstelling van dit project is een duidelijk beeld te scheppen van de competenties van de jong professional die in de toekomst mee vorm en inhoud zal geven aan de ontwikkeling van de Biobased Economy (BBE).

Daartoe zijn in het project 4 werkpakketten gedefinieerd:

  • 1. Identificatie van de marktverwachtingen
  • 2. Aanpassen en ontwikkelen onderwijsprogramma
  • 3. Identificeren, uitbreiden en ter beschikking stellen van infrastructuren
  • 4. Samenwerkingsplatform ontwikkelen voor onderwijs- & bedrijfswereld

De identificatie van de marktverwachtingen vormen het uitgangspunt voor de andere werkpakketten.

Om de marktverwachtingen genuanceerd in kaart te brengen, werd een uitgebreid proces opgezet, dat uit 4 stappen bestaat:

  • 1. In kaart brengen wat bestaat op vlak van onderwijsprogramma’s die kaderen in de BBE
  • 2. Kwalitatieve invulling van de marktvraag: organisatie van vijf Rondetafels met experten uit vijf sectoren
  • 3. Kwantitatieve analyse van de marktvraag: bevraging van de bedrijven
  • 4. Focusgroep: bevindingen uit 2 en 3 enerzijds en de voorgestelde aanpak door het onderwijs anderzijds voorleggen aan de experten van de Rondetafels

De kwantitatieve marktbevraging (stap 3) werd onder de vorm van een uitgebreide enquête uitgewerkt.

Doelstelling van deze bevraging was een kwantitatieve onderbouw te vinden voor de bevindingen van de Rondetafels die in mei 2017 werden georganiseerd. In de vorige nieuwsbrief werd reeds een artikel hieraan gewijd.

De enquête werd door 63 bedrijven volledig ingevuld: 27 bedrijven uit Vlaanderen - 36 bedrijven uit Nederland. In totaal werden 150 bedrijven aangeschreven (respons-rate 42%). Om de kwaliteit van de antwoorden te borgen, werd de vragenlijst verstuurd naar en ingevuld door de topmensen van het bedrijf.

46% van de bedrijven is actief in de sector van Chemie/Biotechnologie en vertegenwoordigd daardoor het hoofdaandeel van het totaal aantal bedrijven. De overige bedrijven waren als volgt verdeeld: productie Biomassa (10%), Technologie/Cleantech (10%), Materialen (18%) en Non-food toepassingen (16%). In totaal zijn bij de bedrijven uit de steekproef +/- 30.000 mensen tewerkgesteld.

Biogebaseerde activiteiten bij de bedrijven

De eerstvolgende 5 jaar zijn bijna 5.000 aanwervingen gepland. Rekening houdend met de omzet die gelinkt is aan de biogebaseerde economie (gemiddeld +/- 25% van de totale omzet) betekent dit een aanwerving - op een periode van 5 jaar - van 1.125 professionals met een specifieke opleiding in de biogebaseerde economie. Dit heeft enkel betrekking op de steekproef. Dit is een ondergrens omdat de omzet van de BE in de totale omzet van de bedrijven stijgend is. Deze vraag kan momenteel niet ingevuld worden door het onderwijs.

De evoluties verlopen in Vlaanderen en Nederland volledig parallel.

Meer dan 90% van de bedrijven opteert in de eerste plaats voor de BBE omwille van de marktmogelijkheden. Deze motivatie wordt zeer sterk ingegeven vanuit een duurzaamheidsambitie, die gekoppeld wordt aan de waarden en normen van het bedrijf en ondersteund is door een sterke visie van de directie.

De klantvraag is niet echt een sterke driver of motivatie. Dit wijst erop dat de BBE nog zeer sterk aanbodgedreven is. Dit duidt op het zeer sterk innovatief karakter van de BBE. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de innovatiestrategie het sterkst scoort.

De bedrijven opteren voor een organische en gecontroleerde groei, met sterke nadruk op marge. De kleine (en dikwijls ook jonge) bedrijven zijn veel ambitieuzer en gaan voor een groei van meer dan 20%.

Als voornaamste voorwaarden om succesvol te zijn, worden geschoold personeel en technische ondersteuning naar voor geschoven. De keuze van de technologie wordt door de bedrijven als allerbelangrijkste risico aangegeven om hun ambities te realiseren. Op de tweede plaats komt alles wat te maken heeft met de grondstof: de kostprijs, maar ook de kwaliteit en de volatiliteit ervan.

Ongeveer 80% van de bedrijven heeft een eigen R&D-afdeling. Daarnaast werken zeer veel bedrijven samen met kennisinstellingen, klanten en leveranciers om hun innovatieambitie in te vullen. Open innovatie is sterk ingeburgerd bij de BBE-bedrijven.

Opvallende vaststelling: 60% van de bedrijven is bereid hun infrastructuur ter beschikking te stellen voor oefen- en trainingsdoelstellingen. Tegelijk geeft de meerderheid aan hiermee geen ervaring te hebben. Het is een belangrijke opdracht voor de partners van het GBO-project om dit potentieel aan te boren en hierdoor de capaciteit aan trainingsinfrastructuur drastisch te verhogen.

Gewenste competenties van de jong professional in de BBE

Om hierover een beter en meer gedetailleerd overzicht te krijgen, werd een competentiematrix uitgewerkt en ter evaluatie aan de bedrijven voorgelegd.

De competentiematrix bestaat uit 3 globale competenties:

  • De technische competenties
  • De valorisatiecompetenties
  • De transversale competenties

De technische competenties hebben betrekking op de inhoudelijke competenties die specifiek verbonden zijn aan de BBE. Om deze competenties verder onder te verdelen wordt de waardeketen van de BBE gevolgd: biomassaproductie, conversieprocessen en applicaties van biogebaseerde producten.

De valorisatiecompetenties verzamelt alle competenties die nodig zijn om de technische inhoudelijke kennis effectief tot waarden om te vormen: economische en maatschappelijke competenties, competenties m.b.t. informatiebeheer en competenties m.b.t. gezondheid en milieu.

Transversale competenties zijn competenties die niet toe te wijzen zijn aan een bepaald domein, maar zijn belangrijke sleutelcompetenties voor de toegang tot werk, een leven lang leren, zin voor initiatief en verantwoordelijkheid, burgerschapscompetenties, creativiteit … Binnen deze competenties wordt volgende onderverdeling gehanteerd: communicatiecompetenties, relationele competenties en competenties m.b.t. arbeidsethos.

Globale competenties

De bedrijven oordelen dat de globale competenties quasi even belangrijk zijn. De betekenis van deze vaststelling kan niet onderschat worden: bedrijven geven heel expliciet aan dat transversale competenties quasi even belangrijk zijn als valorisatie competenties en even belangrijk als technische competenties. Dit vormt een zeer belangrijke boodschap voor de onderwijswereld: onderwijsprogramma’s zullen deze 3 vormen van competenties dienen te integreren.

Technische competenties

Hoewel in de enquête het aantal bedrijven dat tot de sector van de land- en tuinbouw behoort beperkt is (6), toch vindt 67% van de bedrijven de competenties m.b.t. productie van biomassa belangrijk of heel belangrijk. Hieruit blijkt een zeer sterke focus op het belang van ketendenken.

Binnen de biomassa product gaat vooral aandacht naar het volume en de kwaliteit van de biomassa. Alle competenties die hierop een directe invloed hebben, scoren hoog.

Bij de conversie van de biomassa wordt de nadruk gelegd op algemene procestechnologie eerder dan op zeer specialistische technologieën. Bedrijven leggen hier de nadruk op kennis en ervaring in de diepte eerder dan oppervlakkig en in de breedte.

Op vlak van de applicaties van biogebaseerde producten kijken bedrijven vooral naar biopolymeren en biocomposieten. Biobrandstoffen kunnen nog maar weinig bedrijven bekoren.

Valorisatiecompetenties

Bij de valorisatiecompetenties scoren vooral de economische en maatschappelijke valorisatiecompetenties zeer hoog.

Binnen het luik van de bedrijfseconomische valorisatie staat ‘Onderzoek economische haalbaarheid’ (89% van de bedrijven) veruit aan de leiding, op de voet gevolg door ‘Risicoanalyse’ (81%), ‘Kostprijscalculatie’ (81%) en ‘Identificatie van businesskansen’ (76%). Dit kwartet duidt op de pragmatische houding van bedrijven om de kansen voor een innovatief aanbod te becijferen. ‘Marktonderzoek’ (68%) is zeker geen topper en bevestigt dat de BBE sterk aanbodgedreven is.

Nieuwe businessmodellen’ en ‘Strategie en visieontwikkeling’ zijn topics die wel hoog scoren bij de grotere bedrijven, maar minder bij de kleinere bedrijven. Kleine bedrijven (binnen de BBE veelal jonge bedrijven) hebben op deze terreinen nog weinig ervaring en aanzien deze topics niet als een prioriteit.

Bij maatschappelijke valorisatiecompetenties spannen de competenties in relatie met ‘Duurzaamheid’ de kroon: 87% van de bedrijven vinden deze competentie (heel) belangrijk. Dat sluit aan bij de motivatie van bedrijven om hun activiteiten (deels) te richten op de BBE en het versterkt de overtuiging dat de bedrijven uit de enquête doelbewust én gemotiveerd vanuit duurzaamheid, deze stap zetten. Bedrijven vereisen van jong professionals deze duurzaamheidshouding.

Systeemdenken’ en ‘Oplossen complexe systemen’ scoren telkens 73%. Het is verrassend dat de bedrijven beide competenties zeer hoog inschatten: deze zijn niet direct gerelateerd aan valideerbare bedrijfsactiviteiten. Beide competenties vereisen een holistische kijk op het te bestuderen systeem met een kritische, analytische en creatieve houding.

Duurzame businessmodellen’, Ecologische voetafdruk’, ‘Levenscyclusanalyse’, ‘Stakeholder management’ en ‘Ecodesign’ zijn alle competenties die gesitueerd kunnen worden op het raakvlak tussen maatschappij en bedrijf en toch scoren deze competenties beduidend lager dan hogergenoemde competenties die veel minder thuishoren in een bedrijfscontext.

Transversale competenties

‘Verantwoordelijkheid opnemen’ en ‘Inzet en motivatie’ scoren duidelijk het hoogst, sterker nog: binnen het 3-luik – Technische competenties  Valorisatiecompetenties  Transversale competenties – worden deze competenties het meest geciteerd door bedrijven (95%) als zijnde belangrijk of heel belangrijk.

Binnen het luik van relationele vaardigheden leggen de bedrijven vooral de nadruk op het werken in teamverband. Samenwerking (disciplines/opleidingsniveaus) wordt door 87% van de bedrijven als (heel) belangrijk geëvalueerd.

Ook communicatie scoort hoog, waarbij de nadruk wordt gelegd op de spreekvaardigheid en presentatievaardigheden.

Voor meer info kan je terecht bij Johan Verbruggen: johan.verbruggen@spk.be of 0498 10 83 59.
 

Het onderzoek wordt nog verder verfijnd, maar bovenstaande geeft toch een belangrijk overzicht van de resultaten van de enquête bij de BBE-bedrijven. De resultaten van deze gegevens worden samen met de analyse van de Rondetafels door de partners gebruikt om de huidige programma’s aan te passen en nieuwe programma’s te ontwikkelen om vorm en inhoud te geven aan de competenties van de jong professional van de toekomst in de BBE.